Steun ons en help Nederland vooruit

donderdag 3 december 2020

Landbouw, Veenweidegebied en een Duurzame Provincie

Onlangs bij de begroting hebben wij gepleit voor een onderzoek naar het effect van de subsidies van de provincie. Behalen we met onze investeringen wel echt de doelen die we gesteld hebben? Dit was volgens het college absoluut niet nodig, want teveel werk voor de ondernemer.

De Noordelijke Rekenkamer constateert in zijn rapport: “zoektocht naar duurzaamheid in de landbouw” keihard dat de provincie de effecten van haar landbouwsubsidies niet kan controleren. Te weinig concrete doelen en te weinig zicht op de uitgangspositie. De kosten: 21 miljoen euro. Dit vinden wij teveel leergeld. Het feit dat de aanbevelingen van de NRK worden overgenomen is daarom heel goed. Deze aanbevelingen zijn in de aanloop naar de Startnotitie landbouwagenda gepresenteerd en zorgen voor meer zicht op hoe subsidie helpt bij het halen van je gestelde doelen.

De Startnotitie Landbouwagenda gaat uit van overleg met belanghebbenden en onveranderd beleid, waar kringlooplandbouw aan wordt toegevoegd. Albert Einstein zei het al: ‘als je doet wat je deed, dan krijg je wat je kreeg’. Voor ons de vraag: Hoe gaan we met hetzelfde beleid toch nieuwe resultaten boeken? Hoe gaan we met beleid dat gemaakt is op intensieve landbouw de transitie maken naar 5 sterren kringlooplandbouw? D66  gaat vol voor de kringlooplandbouw, maar ook een landbouw die natuurinclusief en grondgebonden is. Met daarbij passend beleid.

De startnotitie stelt dat deze overgang naar kringlooplandbouw gemaakt wordt in samenspraak met de mensen die het raakt. Dit is natuurlijk alleen maar toe te juichen. Toch benadrukt D66  dat het belangrijk is de doelen als onvermijdelijk te stellen. De vraag is niet óf en wanneer we de landbouwdoelen gaan halen, maar hoe. Het Rijk is in deze meer aan zet, maar het is voor de provincie wel zaak om hier op voor te sorteren.

Het helpen zoeken naar nieuwe verdienmodellen voor de landbouw bijvoorbeeld. Consumenten vragen om lokaal geproduceerd, biologisch voedsel. Streekproducten waarvan te achterhalen is hoe het gemaakt is. Consumenten zijn wat D66 betreft ook belanghebbenden. Want biodiversiteit, landschapsbeheer en uitstoot van stikstof raakt ons allemaal. Daarom vroegen wij, samen met Grienlinks en PvdD, om een apart hoofdstuk in de beleidsbrief die de invloed van de landbouw op de leefomgeving beschrijft. Er is de laatste jaren veel aandacht voor ‘landschapspijn’ en er zijn veel mensen bereid om zich in te zetten om het tij weer te keren, de pijn weg te nemen. De landbouw door een andere bedrijfsvoering, de consument door het vaker kopen van streekproducten zoals vlees, kaas en groente uit de boerderijwinkel.

We willen ook een plan met meetbare en duidelijke aanwijzingen, om onder meer de  voortgang in opgaven vanuit water, stikstof, biodiversiteit, Veenweide en projecten vanuit de regiodeals beter in de gaten te houden. Hierdoor weten alle betrokkenen wat er nodig is om de verschillende doelen te halen. Dit maakt het beleid meer compleet en gericht op hetzelfde doel,  zodat we langzaam toewerken naar een Fryslân waar de Grutto weer veel voorkomt, met een waterpeil dat hoog genoeg is voor herstel van de biodiversiteit en een winstgevend bedrijfsmodel voor de landbouw die daarmee ook uit de voeten kan.

Aangaande de Veenweide vindt D66 dat de doelen van het college wel ambitieus genoeg zijn, maar de route naar die doelen te weinig goed omschreven. Zo gaat er nu wel een bedrag naar de aanpak van knelpunten in twee proefgebieden, maar blijft het in kleine stapjes gaan.

Al sinds 1993 wordt er gesproken over de Veenweideproblematiek. In de vorige coalitieperiode heeft de oppositie hard getrokken aan mogelijke oplossingen. Zo kwam er op initiatief van D66 een prachtig initiatiefvoorstel dat volgens de maatschappelijke kosten-batenanalyse  als zeer gunstig naar voren kwam. Met de komst van een nieuwe coalitie lijkt het erop dat dit plan ook uitgevoerd gaat worden. Daar zijn we oprecht heel erg blij mee, maar we moeten wel alert blijven. Want er gaat meer water bij de wijn dan bij het waterpeil in de Veenweide. Ook hier weegt de stem van de landbouw zwaarder dan die van de rest van Fryslân terwijl we er toch met z’n allen wonen.

Ook was er weer aandacht voor  duurzame energie. Aan de ene kant hoe de Provincie als organisatie zelfvoorzienend en energieneutraal kan worden en aan de andere kant hoe de Provincie voortaan zonne-energie wil gaan inpassen in het landschap.

In het plan om de organisatie te verduurzamen, is er een rol voor waterstof en groengas: technologieën die D66 onderstreept. Maar verder werd de nadruk op zonne-energie gelegd. D66 is van mening dat wind een plek in de plannen moet krijgen. Dat is goedkoper en bespaart ruimte. Ruimte die we voor andere opgaven kunnen gebruiken zoals biodiversiteit en natuurherstel.

Het standpunt van D66 blijft dat gemeentes prima in staat zijn om te kiezen voor een energiemix die in het landschap en bij de dorpen en steden past. Dat hoeft niet van bovenaf geregeld te worden. Maar nu is er naast het beperken van de maximale hoogtes van windmolens (waardoor een rendabele businesscase bijna onmogelijk is) ook een Zonneladder. Wij zijn voor het idee dat je eerst naar andere opties kijkt voor er een zonneveld wordt aangelegd. Alleen werken met zonne-energie en zonnevelden is geen goed idee. Door hindernissen in zon op dak (stap één in de zonneladder) Zoals:  hoger wordende verzekeringspremie, het soms moeten aanpassen van de dakconstructie en zonder een goed alternatief in de vorm van windenergie, komt de verduurzaming van onze energieopwekking onder druk te staan.