Steun ons en help Nederland vooruit

woensdag 26 september 2018

Omgevingsvisie zweeft boven de Statenzaal

De omgevingsvisie is een groot en vaak abstract fenomeen. Niet voor niets wordt de invoering van de wet steeds maar weer uitgesteld. Toch slaagt het huidige college er in er nog een abstract schepje bovenop te doen met wollig taalgebruik. Juist op punten waar het er echt om gaat, zoals biodiversiteit, ruimte voor de burger en een ambitie voor de energietransitie. En dat is jammer, want D66 kan zich goed vinden in een aantal uitgangspunten.

De omgevingsvisie geeft met het principe ‘ja, mits’ meer ruimte aan de inwoners van Fryslân. Daar is D66 blij mee. Daarbij zijn we ook blij met de hoofdopgaven die worden geschetst voor Fryslân; Leefbaar, vitaal en bereikbaar – Energietransitie – Versterken biodiversiteit – Voorzorgsmaatregelen ten aanzien van de gevolgen van klimaatverandering in het Friese landschap. Dit zijn urgente opgaven die aandacht verdienen.

Waar D66 ook erg blij mee is, is het voornemen van de Provincie om de mogelijkheden( te onderzoeken) grond voor meerdere doeleinden tegelijkertijd te gebruiken. Nu krijgt grond een doel aangewezen, bijvoorbeeld zonnepanelen. Door meer doelen aan te wijzen kan de grond optimaal gebruikt worden. Bijvoorbeeld door zonnepanelen te combineren met maatregelen om de biodiversiteit te bevorderen.

Daarnaast gaat de provincie in de omgevingsvisie uit van het principe ‘Decentraal, tenzij’. Dit betekent dat gemeenten als eerste aan zet zijn. Wat D66 betreft is dit een goede zaak. Gemeenten staan dichter bij de inwoner en kunnen beter inspelen op de wensen en behoeften die er zijn. Maar de inwoners krijgen zelf ook meer ruimte. In plaats van een ‘nee’ tenzij er wordt voldaan aan een hele rits regels, gaan de overheden uit van ‘ja’ mits. Ongetwijfeld zal dit veel vragen van de overheden. Het is een basishouding waar D66 achter staat. Het zou in het algemeen de houding moeten zijn van overheden, onafhankelijk van welke onderwerp dan ook.

Het college heeft een aantal voornemens als het gaat om een duurzame economie en biodiversiteit. D66 mist echter de plannen voor deze goede voornemens. Hier en daar zien we dat er een zinnetje is waarin circulariteit en aandacht voor het gebruik van de bodem wordt genoemd. Maar dat is niet genoeg. Het behoud van de bodemvruchtbaarheid en circulariteit zouden uitgangsprincipes moeten zijn.

Wat verder opvalt is de nadruk die het college op economie legt. D66 streeft naar een goed vestigingsklimaat. Maar er moet wel sprake zijn van een evenwicht tussen een gezonde, natuurlijke leefomgeving en economische belangen.

De koers die wordt voorgesteld is abstract en hangt van wollige woorden aan elkaar. Bij een koers verwacht D66 een heldere richting. In plaats van keuzes te maken wil het huidige college alles tegelijkertijd; én energieke steden, én vitale en leefbare dorpen, én optimale interne en externe bereikbaarheid, én ruimtelijke kwaliteit van openbare ruimte en bebouwing, én een duurzame energievoorziening, én uitstekende en wervende recreatieve voorzieningen, én een gezonde en veilige leefomgeving. Dat is een mooi streven. Maar de ruimte in Fryslân is beperkt, net als de middelen van de provincie. En op deze manier blijft het onduidelijk waar de provincie nu voorrang aan geeft. D66 kiest voor een Fryslân met ruimte voor de burger, een sterke impuls voor biodiversiteit en waarin we werk maken van de energietransitie.