Steun ons en help Nederland vooruit

donderdag 30 maart 2017

Loslaten van de macht: een brug te ver

De behandeling van de wijziging van de gemeenschappelijke regeling van de FUMO (Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing) in de Provinciale Staten maakte nog eens haarfijn duidelijk waarom D66 gemeenschappelijke regelingen een democratisch onding vindt.

Naar aanleiding van de wijzigingen in de Wet gemeenschappelijke regelingen (WGR) moest de FUMO haar gemeenschappelijke regeling aanpassen. Onder andere door  de stemverhoudingen in het Algemeen bestuur (AB) en het dagelijks bestuur (DB) te wijzigen. Volgens de WGR mag het DB geen meerderheid van stemmen hebben in het AB. Omdat de provincie veruit de meeste stemmen heeft  werden DB en AB het eens over de oplossing om de stemmen van de provincie over twee gedeputeerden te verdelen en een van beiden (met de helft van het aantal stemmen van de provincie) af te vaardigen in het AB.

Een cosmetische oplossing, die het probleem van de door vele gemeenten ervaren dominantie van de provincie niet overtuigend oplost. Aanleiding om daar een amendement of motie over in te dienen, leek ons. Maar vanwege de eis van unanimiteit vanuit de gemeenschappelijke regeling werden de Staten gesommeerd het voorstel op geen enkel punt aan te passen door middel van een motie of amendement.

Hiermee werd de stem van het hoogste politieke orgaan in de gemeenten en provincies die in de FUMO samenwerken – gemeenteraden en provinciale staten- ondergeschikt gemaakt aan die van de niet-verkozen bestuurders van de FUMO. Dat is in strijd met het dualistische bestel waarin de volksvertegenwoordiging het bestuur controleert.

Een goede reden dus om met de VVD een motie in te dienen die bezwaar maakt tegen het ontzeggen van recht van amendement. Èn een goede reden om een motie in te dienen die verandering moet brengen in de verdeelsleutel van de stemverhoudingen, die  nu gebaseerd is op de omvang van de financiële bijdrage die provincie en gemeenten ieder voor zich in de FUMO steken. Ons pleidooi om dit los te koppelen en te kiezen voor het ‘one man, one vote’ principe, waarin gemeenten en provincie gelijkwaardig zijn, bleek vooralsnog een brug te ver.