Steun ons en help Nederland vooruit

donderdag 2 maart 2017

Wijvenzeikerij

“Als je het laat bij de woorden dat we medemenselijk moeten zijn, is je stuk onaf,” zei een goede collega over de column ‘Medemenselijkheid’, die ik op 27 februari schreef. “Je biedt mensen, die bang en boos zijn, geen concrete oplossing. En dat vind ik wel de taak van een politicus”.

Medemenselijkheid houdt in dat je een ander behandelt zoals je zelf behandeld wilt worden: als medemens, als gelijkwaardige. Als iemand naar wie je bereid bent te luisteren. Ook als die er andere opvattingen op nahoudt dan jijzelf.

We doen echter precies het omgekeerde. “Hou nou eens op met die wijverij”, beet presentatrice Eva Jinek onlangs Jan Roos, de lijsttrekker van VoorNederland (VNL) toe, toen hij om de hete brij heen bleef draaien. Hoewel het vermakelijk is, dat een vrouw een man van wijverij beticht, bleef het antwoord op de vraag waarom Roos vindt dat Moslims de Nederlandse identiteit bedreigen uit. Roos hanteert een schofferende manier van communiceren. Qua vorm en inhoud handelt hij daarmee in strijd met Westerse waarden -als vrijheid van meningsuiting en tolerantie- waar hij zo prat op gaat. Zijn uitleg van díe tegenstrijdigheid had ik graag willen horen.

Bied je mensen die bang en boos zijn omdat zij zich in hun bestaan door anderen bedreigd voelen niks, als je zegt dat we medemenselijk moeten zijn? Nee, ik vind van niet. Omdat medemenselijkheid voor beide partijen geldt. En omdat medemenselijkheid in de praktijk inhoudt dat je elkaar serieus neemt. Dat je oog en oor hebt voor elkaar en open staat voor het verhaal van de ander. Ongeacht herkomst, geaardheid of wat dan ook. Èn omdat medemenselijkheid inhoudt, dat je bereid bent elkaar te helpen. Met het doel, dat de ander dezelfde kansen krijgt als jij.